|
In een pannetje kook je het pompelmoessap met de room.
In een kom klop je de eierdooiers met de poedersuiker en de geraspte
pompelmoesschil. Meng met een houten lepel, voeg de bloem toe en de warme
pompelmoesroom. Doe alles in een pan en breng aan de kook.
Week de gelatineblaadjes in koud water. Doe de uitgeknepen gelatine bij
het mengsel en meng goed. Haal de pan van het vuur en laat de creme
afkoelen, waarbij je af en toe roert.
In een pannetje breng je 50 ml water aan de kook met 100 gr suiker en de
azijn. Laat ca. 5 - 6 minuten koken tot je een transparante siroop hebt.
Klop de eiwitten tot sneeuw en giet er de warme siroop in een straaltje
over, en blijf kloppen met de klopper tot het mengsel koud is. Meng dan
met de pompelmoescreme en zet ca. 2 uur in de koelkast.
Ondertussen snijd je de granaatappel in twee (het witte vlies is niet
eetbaar), haalt de rode kogeltjes eruit en zeeft ze door een groentenzeef
(Houd er enkele over voor de versiering). Filter het sap door een zeef,
voeg er de overgebleven 50 gr suiker bij en meng goed.
Eindig met de pompelmoes te pellen, waarvan je de schil geraspt hebt. Haal
de partjes van elkaar. Haal de pelletjes eraf en zet ze opzij.
Verdeel de pompelmoescreme met een lepel over de borden en dien op met de
granaatappelsaus, de pompelmoespartjes en de overgebleven
granaatappelkogeltjes.
|